Een lichaam dat niet bij je past

Iedereen is wel eens onzeker over zijn of haar lichaam. Je had liever blond haar gehad, je borsten zijn te groot of je piemel te klein. Het kan allemaal. Het is hartstikke vervelend en het kan veel met een persoon doen. Wat nou als je lichaam het tegenovergestelde laat zien van hoe jij je voelt?

Zeker in de puberteit voelen mensen zich ongemakkelijk in hun lichaam. Het lichaam wat ze kenden verandert opeens, krijgt haar, bobbels, vet, het groeit en het gaat meer zweten. Er zijn heel veel dingen waar je lichaam doorheen gaat op zo’n moment, en dat is even wennen. Ongemakkelijk zijn met hoe je er op dat moment uit ziet is bijna natuurlijk. Je vergelijkt je met leeftijdsgenootjes en vindt dat iemand anders er beter uitziet dan jij of juist andersom en hier ben je onzeker over.

Deze onzekerheid is normaal, daar is niets mis mee. Het kan echter nog een stap verder gaan. Dysforie is een moeilijk concept dat maar al te duidelijk is voor de transgender-community. Dysforie betekent letterlijk: ‘Het gevoel van onbehagen dat iemand met het eigen geslacht heeft.‘ Dysforie gaat verder dan de onzekerheden die voorkomen binnen de puberteit. Het gaat over haat over het eigen lichaam. Ongemak over jezelf en een mismatch tussen lichaam en geest.

Wanneer iemand naar een psycholoog (in het ziekenhuis of een ‘normale’), een psychiater of een dokter gaat met vragen over zijn/haar zijn wordt er gekeken of diegene genderdysforie heeft. Dit label zorgt ervoor dat je het gendertraject (waar dan ook) in kunt gaan en meer jezelf kunt worden.

Dysforie op jonge leeftijd

Dysforie kan op elke leeftijd voorkomen. Je kent misschien het verhaal van Jazz Jennings, een Amerikaans transgendermeisje (bekend van het TLC-programma I am Jazz) die op 5-jarige leeftijd al de diagnose genderdysforie kreeg. Kinderen beginnen vanaf hun 2e jaar dat ze geslachtsdelen hebben en dat deze van andere kinderen kunnen verschillen (verschil vagina en piemel wordt ontdekt). Vanaf deze leeftijd leren kinderen ook al langzaamaan wat de sociale normen en waarden voor jongens en meisjes zijn, ze beginnen de verschillen te zien en te begrijpen. Ze gaan op onderzoek uit naar zichzelf en naar anderen om uit te zoeken wie ze zijn en wat bij ze past. Het kan dan dus ook voorkomen dat ze er achter komen dat de geslachtsdelen die ze hebben niet passen bij het gedrag wat ze vertonen of leuk vinden. Bij jonge kinderen komt dit regelmatig voor. Sommige laten dit heel duidelijk weten, anderen zijn er minder vocaal over. Dit betekent echter niet dat het kind altijd transgender is, een groot deel van de kinderen groeit uit deze fase, wel is het belangrijk om je kind hier altijd serieus in te nemen.

Dysforie in de puberteit

Zoals ik al schreef is de puberteit voor iedereen een vreemde periode, zeker voor iemand die niet (helemaal) comfortabel is in zijn/haar eigen lichaam of denkt/weet transgender te zijn.

Voor de puberteit lijken de lichamen van jongens en meisjes nog vrij veel op elkaar (afgezien van de geslachtsdelen), maar in de puberteit verandert dit allemaal. Het jongenslichaam wordt gespierder, hariger, hoekiger en ook de stem zal lager worden. Voor iemand die zich identificeert als meisje is dit een ramp. Opeens gaat het niet alleen maar om het hebben van lange haren en het dragen van meidenkleding (als dit is waar je van houdt), maar werkt jou lichaam heel hard om je te laten zien dat het niet klopt.

Gelukkig bestaat er iets als puberteitsremmers. Dit zijn medicijnen die je (als je bij een genderteam aangesloten bent) kunt krijgen om de puberteit uit te stellen. Dit zorgt ervoor dat de hormoonexplosie wordt uitgesteld, om jou de kans te geven om na te denken over wat je graag wilt. De puberteitsremmers zorgen ervoor dat je de tijd krijgt om na te denken over wie je bent zonder dat er extra ongemak ontstaat. Stel je voor dat je geboren bent als een meisje, maar je eigenlijk een jongen bent. Zonder puberteitsremmers moet je maar accepteren dat je borsten krijgt, ongesteld wordt en ga zo maar door. Met die puberteitsremmers gebeurt dit dus juist niet. Dit zorgt niet alleen voor veel emotionele opluchting, maar ook dat je niet extra onder het mes hoeft omdat je geen borsten wilt. Een win-win dus!Ik zal hier een andere keer meer over uitleggen.

Het kan natuurlijk ook zijn dat je er pas na je puberteit achter komt dat je toch niet in het goede lichaam zit, puberteitsremmers hebben dan geen zin meer, je bent hier immers al doorheen gegaan. Dit is hoe het bij mij ook zat. ‘Pas’ op m’n 18e meldde ik mij aan bij het VUmc, maar toen had ik m’n puberteit al achter de rug (in ieder geval op lichamelijk gebied).

Dysforie tijdens hormoonbehandeling

Een hormoonbehandeling mag pas beginnen rond je 18e verjaardag (als je al van jongs af aan bij het genderteam loopt en een aantal jaar aan de puberteitsremmers zit kan het zijn dat je al eerder mag beginnen). Yes! Eindelijk het lichaam waar je altijd op hebt gehoopt en over gedroomd hebt. Dat dacht ik ook toen ik begon met m’n hormonen. Hormonen kunnen veel voor je doen. Ik kreeg een lagere stem, meer beharing en ik werd gelukkiger. Toch was het niet de volle oplossing voor mij.

Hoewel hormonen veel voor je kunnen betekenen, kunnen ze niet alles veranderen en zul je herinnerd worden aan je transgender-zijn. Hoewel m’n dysforie even minder werd, kwam het daarna 2x zo hard terug: ik had nog steeds borsten. Al die tijd had ik ze afgebonden, maar zwemmen kon ik niet zonder dat iedereen zag dat ik anders was.

Dysforie na operaties

Ook na m’n borstoperatie was ik ontzettend blij. Nu zag de buitenwereld mij voor wie ik ├ęcht was. Ik kan nu zonder t-shirt in de tuin zitten, lekker zwemmen en eigenlijk heeft niemand in de gaten dat ik transgender ben.

Helaas is het voor mij niet zo’n feest. Ik wordt er elke dag nog aan herinnerd. Hormonen en operaties kunnen veel doen, maar de dysforie zal nog wel even blijven (dit zal vast niet voor iedereen gelden!).

Ik heb m’n borsten laten verwijderen, een grote verandering voor de buitenwereld. Ik heb m’n baarmoeder en eierstokken laten verwijderen, een verandering voor mij. Daar is het voor nu bij gebleven. Dit betekent voor mij dat ik nog steeds de geslachtsdelen van een vrouw heb, al is het wat veranderd door de hormonen. Elke dag als ik naar de wc ga, douche, mij omkleed en ga zo maar door word ik er weer even aan herinnerd. Douchen bij het sporten doe ik niet, staand plassen in publieke toiletten gaat niet (al zijn daar ook dingen voor, hier zal ik later over vertellen) en ga zo maar door. Het is niet erg, ik ben blij waar ik nu ben, maar de dysforie is niet weg. Ik weet ook niet of het ooit weg zal gaan.

Het kan ervoor zorgen dat ik mij heel erg down voel, niet goed genoeg of raar. Over het algemeen heb ik vrede met hoe het is, ben ik tevreden, maar ergens in m’n hoofd doet het nog pijn.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *