Wanneer je het allemaal even niet meer ziet zitten

Vandaag was weer zo’n dag. Een dag waarin ik het even niet meer zag zitten, dat lege gevoel naar boven kwam zetten en de depressieve gedachten van vroeger de kop opstaken. En dan…?

Ik heb wel eens iets geschreven over dat ik vroeger depressief was. Al vanaf de basisschool paste ik nergens écht bij. Ik mocht niet met de jongens mee voetballen, omdat ik een meisje was of werd als laatste gekozen. Ik vond de meisjesdingen niet leuk, dus kon ook niet echt met hen meedoen. Veel vriendjes/vriendinnetjes heb ik niet gehad. Dat was oke, ik kon het goed vinden met mijzelf, maar echt leuk was het niet. Ook op de middelbare school was het niet echt een feest. Waar ik dacht dat kinderen niet echt meer zouden pesten, bleek dat toch wél het geval. Ik was te dik, te jongensachtig (joh…), ik had stomme kleding aan, was te veel met school bezig en ga zo maar door. Na schooltijd ging ik vrijwel altijd zelf naar huis, deed ik m’n huiswerk (ik zat op het VWO en had het gevoel dat ik altijd hoge cijfers moest halen, m’n best moest doen en moest slagen) en hockeyde ik (waar ik overigens ook niet écht bij paste voor mijn gevoel). Kort door de bocht: ik had het gevoel dat ik nooit goed genoeg was.

Rond m’n 14e begon dit z’n tol te eisen. Ik zat veel op tumblr, zag daar veel depressieve teksten en plaatjes, kwam in aanraking met verschillende mensen die heel aardig waren, maar ook erg somber en ik kwam voor het eerst in aanraking met automutilatie. Automutilatie is het jezelf pijn doen (dit kan op verschillende manieren) om zo niet meer te hoeven denken aan de pijn die je mentaal voelt. Dit begon voor mij heel onschuldig, met een paar krasjes op m’n arm maar werd al snel een verslaving die steeds heftiger werd. Voor mij was dit een uitlaatklep. Mijn lichaam klopte niet, ik paste er niet bij en voor mijn gevoel was ik nooit goed genoeg. Plezier in het leven had ik niet echt meer. Toch bleken niet veel mensen dit in de gaten te hebben. Ik was aan de buitenkant eigenlijk altijd vrolijk, deed leuk mee en wekte niet de indruk dat er ook maar iets niet goed was.

Op m’n 16e ging ik naar een soort psycholoog (sociaal werker?), al stond ik hier eigenlijk niet echt voor open. Achteraf gezien zorgde dit ervoor dat ik mij nog meer op m’n hoede ging stellen om te zorgen dat ik nooit meer naar zo iemand toe hoefde, wat oh mijn God wat een mens… Na zo’n 4 afspraken hoefde ik volgens mij al niet meer te komen. Ik zei gewoon dat het goed met mij ging (hoe vaak ik de vraag: ‘En waarom gaat het dan goed met je?’ wel niet beantwoord heb was niet bij te houden trouwens…). Op m’n 18e (laatste jaar van het VWO) gaf ik zelf aan naar een psycholoog te willen, omdat ik het niet meer trok. In deze tijd was het automutileren heftiger en vaker geworden en nam de zin in het leven steeds meer af. Deze psycholoog was wel fijn. Ik kon aardig praten, al vond ik dat erg lastig, en kwam daar ook voor het eerst met het idee dat ik transgender zou kunnen zijn (thank God). Nadat ik m’n therapie had afgerond en m’n diploma wonder boven wonder had gehaald (de meeste tijd voelde ik mij zo rot dat ik niet in staat was om te studeren voor m’n toetsen en examens) was het tijd voor een nieuwe stap: studeren.

Ik besloot naar Nijmegen te gaan om Biomedische wetenschappen te gaan studeren. Ik was geïnteresseerd in het brein en wilde daar misschien wel onderzoek naar gaan doen. Ondertussen was ik ook langzaamaan bij het VUmc begonnen met m’n gendertraject en had ik daar maandelijks psychologische begeleiding. Deze begeleiding was fijn, de introweek van de studie was spannend maar leuk en het op mijzelf wonen gaf rust. Ik kon een nieuwe start maken in een nieuwe stad. Ik had gehoopt dat ook de depressieve gedachten achter zouden blijven, maar niets bleek minder waar.

Waar ik m’n VWO-vakken zonder studeren kon halen, was dit voor de Uni duidelijk niet het geval. De lessen waren zelf in te delen (dus geen verplichting en ook geen controle) en hadden lastig huiswerk, daarnaast was het elke avond gezellig met het huis eten, eigen was doen, opruimen etc. etc. Even ging het goed, maar na een tijdje was het nieuwe en spannende er af en kwamen de negatieve gedachten weer om de hoek kijken, deze keer sterker dan eerst.

December 2016 kreeg ik met m’n huidige vriendin een relatie en probeerde ik het automutileren (wat ik nogsteeds regelmatig deed) af te bouwen. Daarvoor in de plaats begon ik af en toe wat meer te drinken of als het echt niet ging stak ik een sigaret op… Ik besloot samen met de psycholoog in het VUmc om een nieuwe psycholoog in Nijmegen op te zoeken om mij vaker te helpen. De wachtlijst was echter 3 maanden. Om die tijd te overbruggen kreeg ik Citalopram voorgeschreven: een antidepressiva. In plaats van hele slechte en gewoon minder goede dagen veranderde in standaard minder goede dagen, ik kon mij nog minder concentreren, kwam 15kg aan (waar ik vervolgens ook verdrietig van werd) en ik veranderde in een soort zombie zonder enige emoties.

Na een half jaar studeren stopte ik op de Uni, ging ik op zoek naar een andere studie, nam ik een krantenwijk en begon ik te werken waar ik nu nogsteeds met heel veel plezier werk. Het leven was kak, maar niet meer helemaal uitzichtloos. Na een half jaar aan de antidepressiva mocht ik beginnen met Testosteron. Dit wilde ik zonder antidepressiva beginnen, dus ben ik dat gaan afbouwen (de arts vond dit trouwens niet echt een goed idee). Ook bij de psycholoog was ik al even gestopt, omdat ik daar vaak depressiever vandaan kwam dan dat ik er naartoe ging. Ze begreep mij en mijn situatie niet, ik werd met m’n oude naam en als ‘zij’ aangesproken als we het over het verleden hadden en van alle plannen die zij in het begin voorstelde heb ik nooit meer iets van gezien. Geen goede ervaring dus…

Langzaamaan begon het wat beter te gaan met mij, ik begon met een nieuwe studie, kreeg meer plezier in het werk dat ik deed en had en heb een geweldige vriendin die ontzettend veel voor mij heeft gedaan (waar ik super dankbaar voor ben).

Nu gaat het over het algemeen erg goed, ik heb plezier in het leven en mag eigenlijk niet klagen. Toch heb ik ook nog die lage dagen waarin ik mijzelf niets waard vind, ik niet uit bed wil komen, slecht voor mijzelf zorg en negatieve gedachten de overhand hebben. Vaak is dit een gevolg van een aantal dagen minder goed voor mijzelf zorgen (ongezonder eten, minder sporten, chaotische dagen,, toekomststress, piekeren etc.).

Ik weet dat ik er niet gelukkiger van word om de hele dag op bed te liggen en filmpjes te kijken, shit te eten en zo minimaal mogelijk te bewegen, maar toch doe ik het. Waarom? Omdat het verrekte moeilijk is om jezelf uit bed te trekken en tóch iets nuttigs te gaan doen.

Het overkomt mij gelukkig steeds minder vaak, maar wanneer het gebeurt is het wel extra lastig. Het is niet meer m’n normaal zoals het vroeger was en ik kan het ook niet zo goed meer verbergen. Het liefst zou ik even heel hard huilen, schreeuwen of (zoals ik vandaag even heb gedaan) in de stromende regen een rondje lopen.

Een echt doel heeft deze blog niet, behalve dan dat ik het nu even van mij af kan schrijven en misschien ook wel een soort kennis naar buiten willen brengen en zeggen dat het oké is om je kut te voelen. Het leven is niet altijd leuk en makkelijk, maar dat maakt wel dat je extra kunt genieten van de leuke dingen. M’n dagen zijn niet meer zoals vroeger. Ik houd meer van mijzelf, doe niet meer aan automutilatie (volgens mij heb ik dat alweer 2 jaar helemaal niet meer gedaan en daarvoor ooit een keertje) en rook al een hele tijd niet meer.

Ik hoop dat ik deze rot-dagen ooit kan afbouwen naar rot-halve dagen, rot-uren of zelfs een rot-kwartiertje. We zullen zien hoe het loopt.

Herkenbaar verhaal? Zoek jij iemand om mee te praten of wil je mij iets vragen? Laat een berichtje achter of stuur mij iets op Instagram of Facebook.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *